Donkere poort

Van het grootse omwalde en ommuurde kasteel, het z.g. "Prinsenhof" dat in de loop van XIV-XVI gegroeid was uit het verdwenen "Hof ten Walle", rest slechts één van de drie poorten die toegang verleenden tot het voorhof van het "Prinsenhof" nl. de "Donkere Poort" welke uitziet op de Lieve. Naast haar onmiskenbare architecturaal historische waarde is zij met de aangrenzende XVIII-constructies van ruimtelijk en visueel belang: zij begrenzen een plein waarvan de omvang gedeeltelijk tot die van het voorhof van het oude Prinsenhof terug te voeren is. Poortgebouw uit XV-XVI van twee bouwlagen, onder sterk hellend zadeldak met korfboogvormige doorgang. Gevel uitziend op de Lieve, van Ledesteen met twee rechthoekige bovenvensters met kruiskozijnen en ontlastingsbogen. Hoge gekanteelde daklijst van baksteen op kraagstenen, eindigend op twee uitkragende octogonale hoektorens, gereconstrueerd bij de restauratie (1899). Torens voorzien van schietgaten, vertikaal geleed door ribben en afgedekt met piramidaal leien dak. Dakkapelletje met schilddak op houten consoles midden achter de daklijst. Van de gevel uitziend op het binnenplein bleef enkel de rechter travee zichtbaar in XVIII-toestand. Bepleisterde en witgeschilderde lijstgevel op hoge plint van Ledesteen met rechter afschuining van de met zandsteen omlijste doorgang. Schouderboogvormig deurvenster met XIX-leuning, gecantonneerd door vlakke pilasters die boven het hoofdgestel een driehoekig fronton dragen geopend met door stucwerk omlijste oculus. Eenvoudig hoofdgestel met gelede architraaf. Haaks en aansluitend bij de binnengevel van de "Donkere Poort" werd waarschijnlijk ca. 1750 het herenhuis opgetrokken op oudere overwelfde kelders die kunnen opklimmen tot XV. Thans het zogenaamd "Sastehuis" opvangcentrum voor ontslagen gevangenen. Breedhuis van zes traveeën en twee bouwlagen. Onder mansardedak (leien) voorzien van drie dakkapellen. Bepleisterde en witgeschilderde lijstgevel met dubbelhuisopstand op hardstenen plint. Hoger opgetrokken middenpartij van twee traveeën met horizontale banden, begrensd door kolossale pilasters versierd met fraaie rocococonsoles; voorts wordt de middenpartij bekroond d.m.v. een driehoekig fronton gevuld met weelderige rococodecoratie in stucwerk rondom een blinde oculus. Vlak omlijste rechthoekige vensters in de zijtravee, gebogen en schouderboogvensters in het middenrisaliet. Behouden houtwerk voor de ramen van de rechter zijtravee met makelaar eindigend op console; overige benedenvensters met makelaar versierd met schelpmotief. Rondboogdeur ingeschreven in arduinen omlijsting met breed hol beloop en uitgespaarde bovenhoeken, neuten, imposten met gestrekte geprofileerde tussendorpel, bovenlicht met waaier en rocaillesleutel; deur met fraai houtwerk. Onderbroken, onversierd hoofdgestel met gelede architraaf. Aangepaste en gecementeerde achtergevel van zes traveeën en twee bouwlagen. Hoger opgaande middenpartij van drie traveeën driehoekig afgedekt. XIX-veranda op zeshoekige plattegrond met glazen wanden op lage arduinen plint, gevat in houten raamwerk met halfzuiltjes die het omlopende hoofdgestel schragen. Achteraan in de tuin, houten tuinhuis in de vorm van een open portiek afgedekt met zadeldak (golfplaten).

Geajoureerd met twee symmetrisch geplaatste gevleugelde paarden. Interieur. Eiken trap in rococostijl. Vleugel schuin ingeplant t.o.v. de "Donkere poort" opklimmend tot XVII en XVIII doch later (XIX B) verhoogd en bepleisterd. Bepleisterde lijst gevel van negen traveeën en drie bouwlagen met knik na eerste travee, onder schilddak (Vlaamse pannen en leien). Plint van Doornikse kalksteen. Begane grond afgelijnd door zwaar geprofileerde puilijst. Benedenvensters en deur in geriemde omlijstingen met oren; deuropening met kwartholle dagkanten. Bovenvensters per travee ingeschreven in geriemde omlijstingen met versierde borstweringen. Omlopend hoofdgestel met spiegels op de fries en kroonlijst met tandlijstversiering en klossen. Zijgevel van twee traveeën met zelfde vensteromlijstingen. Vier traveeën met achteruitbouw aansluitend bij buitengevel van de "Donkere Poort": kelder onder gedrukt kruisgewelf met stervormige stucversiering (XVII); verankerde bakstenen buitengevel van vier traveeën en twee bouwlagen met gecementeerde plint. Lijstgevel met rechthoekige vensters met gecementeerde omlijstingen; voorts sporen van zandstenen speklagen. Kroonlijst op klossen. Voorts rechts van de "Donkere Poort" voormalige brouwerij van twee bouwlagen met stallingen en koetshuizen op begane grond. Brouwerij opgericht begin XIX (Brouwerij Gebroeders Vanden Berghe) en ca. 1856 tot magazijn gedegradeerd. Ca. 1870 opnieuw brouwerij (Fiévé-Legers), nadien brouwerij E. Verhulst. Het complex is ingeplant in L-vorm, waardoor een rechthoekige binnenplaats ontstond, afgesloten aan de straatkant door een tweedelig eenlaags gebouw (links sterk verbouwd) met resten van een poort, nl. twee pijlers met arduinen Toscaans kapiteel. Bepleisterde lijstgevels van respectievelijk vier traveeën onder zadeldak (pannen) en zeven traveeën onder mansardedak (roofing en leien) met een laadvenster. Op de begane grond, vlak omlijste rondboogpoorten met door omlopend kordon verbonden sleutels. Lage omlijste steekboogvensters op de tweede bouwlaag. Bekronend hoofdgestel, overdekte galerij met platdak rustend op gietijzeren zuilen (XIX). Oorspronkelijk interieur met houten moer- en kinderbalkenconstructie, via slof rustend op natuurstenen console. Tijdens XIX verbouwd, vooral in oostvleugel (bakstenen troggewelven tussen in de muur rustende ijzeren balken). In de westzijgevel van het aan de Lieve palend gedeelte nog muursporen van een vroegere vierkante fabrieksschouw. Tijdens XIX ontwikkelde de brouwerij zich oostwaarts, ca. 1870 werd waarschijnlijk grotendeels binnen bestaande gebouwen een mouterij opgericht, welke zich in het exterieur manifesteert door de bakstenen eest (waarschijnlijk met twee eestvloeren) onder afgeknot tentdak (leien) waarop met windborden afgezette vaste houten eestschouw. De verdere uitbreidingen kenmerken zich door twee eenlaagse constructies onder aanleunende schilddaken (1880 en 1886). Vanaf 1927 werd dit gedeelte uit 1870-1886 omgevormd tot de mechanische houtzagerij Duhemcourt.

Kadaster Gent, mutatieregisters. Bron: Bogaert C., Lanclus K. & Verbeeck M. met medewerking van Linters A. 1979: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4NB N-O, Brussel - Gent. 

.