Fabriek Georges en Max Van Acker

Afbeelding
René De Herdt, De voormalige fabriek Georges en Max Van Acker in het Prinsenhof -in.jpg

Afbeelding boven: René De Herdt, De voormalige fabriek Georges en Max Van Acker in het Prinsenhof -in: ’t Prinsenhof een prinsheerlijke buurt, Stichting Prinsenhof, 2005,  p.115-118

Op de plaats van het ketelhuis (aan het Hof ten Walle) bevond zich omstreeks 1813 een kleine katoendrukkerij, opgericht door Franciscus Vanden Broecke. Toen tijdens het Verenigd Koninkijjk der Nederlanden (1815 – 1830) de economische situatie gunstig was, breidde Franciscus zijn bedrijf in 1828 uit met een spinnerij en een weverij.

Niet voor niets lag het bedrijf bij de Lieve en kon vanaf 1827 via de Blaisantvest en het Kanaal van Gent naar Terneuzen het katoen aangevoerd worden.

In 1828 had de katoenondernemer Franciscus Vanden Broecke van eigenaar Philippe Van den Hecke ook het 18de-eeuws pand in rococostijl naast de Donkere Poort aangekocht om er zelf in te gaan wonen. Hij verwierf tevens de Donkere Poort en de uitbreiding tot aan de Lieve. De vierkante schouw dateert van omstreeks 1851.                                                                                 

In 1911 werd de spinnerij omgevormd tot de N.V. Usines Textiles Georges & Max Van Acker. De gebroeders van Acker, die tevens een vestiging hadden in Ledeberg, hielden het bedrijf draaiende tot in 1972. 

In 1977, werd de fabriek met een grondoppervlakte van 5746 m2, door het stadsbestuur van Gent opgekocht. Terwijl het in 1977 nog in de bedoeling lag van het stadsbestuur om in de gebouwen een textielmuseum te vestigen, werden deze plannen later herzien. In 1982 werden de spinnerijgebouwen afgebroken. De machinekamer, het ketelhuis, de ‘economiser’, de transmissie-riemen-gang en de vierkante schoorsteen echter bleven om hun hoge industrieel-archeologische waarde bewaard. In 1999 kwam het geheel in privébezit.