Een middeleeuwse haven van betekenis had een hijskraan nodig. Ten einde de los- en laad- activiteiten te vergemakkelijken werd ter hoogte van de Lievebrug omstreeks 1630 de cleene craene up de lieve geïnstalleerd.
Het was een indrukwekkende houten constructie met aan beide zijden een grote tredmolen. Ze had min of meer de vorm van een huisje met een verdieping, bedekt met een schaliedak. Boven op het huisje was een houten kraanarm gemonteerd. Het gevaarte draaide om een ijzeren as die in de bodem was geheid. Door arbeiders in beide tredmolens te laten lopen begon de windas op te draaien. Bovenin het craenhuus zat een iemand die de administratie bijhield van de te lossen of te laden goederen.
De houten kraan bleef op haar vertrouwde plaats staan tot in 1787, het jaar waarin ze openbaar werd verkocht. Met de demping van de Lievekom tussen 1834 en 1836 werd het hoofdstuk Lievehaven definitief afgesloten.