De cleene craene upde lieve werd bediend door de craenkinders of wijnschroeders. Gezien de beschikbare ruimte in het rad, waren die arbeiders klein van gestalte en ze werden daarom kinders genoemd. De craenkinders verscheepten vooral olie, wijn, bier, maar ook zware goederen zoals molenstenen, klokken, kanonnen en arduinblokken . Ze waren verenigd in een eigen gilde, gevestigd in het nog bestaand Guldhuus vander Craenkinders aan de Kraanlei nabij het Vleeshuis.
Naast de creankinders werkten aan de haven ook stuckwerkers of caeygesellen. Zij stonden in voor het versjouwen van droge goederen die per wagen, per slee of per schip naar de haven werden gebracht. Ze werkten aan de kant van de Augustijnenkaai.
Eddy LEVIS, De Lieve, tscoenste juweel dat de stede heeft, Tijdelijke vereniging de Gentsche Lieve, 2008, 75-102
Johan DECAVELE en Renee DE HERDT, Gent op de wateren en naar de zee, 1976, 35-49